Tekstgrootte: Voorkeuren

Lopen

De meeste patiënten met een beenamputatie hebben als hoofddoel weer zelfstandig te lopen met of zonder hulpmiddelen. Na de statraining zal de looptraining aanvankelijk in de loopbrug beginnen. De belasting op de stomp wordt geleidelijk opgevoerd door de loopafstand te vergroten, de frequentie op te voeren en de loophulpmiddelen af te bouwen.

Hulpmiddelen
Er zijn diverse soorten loophulpmiddelen zoals een looprek, een rollator of elleboogkrukken. Ze zullen u ondersteunen om u zelfstandig te verplaatsen. Het is de bedoeling dat u een loophulpmiddel gebruikt, dat past bij de hoeveelheid steun die u op een bepaald moment nodig heeft. U oefent bijvoorbeeld na de loopbrug met een rollator, daarna met twee elleboogkrukken, dan één elleboogkruk, een handstok en vervolgens zonder hulpmiddelen.

Manoeuvreren
Tijdens de therapie oefent u niet alleen het voorwaarts, achterwaarts en zijwaarts lopen maar ook verschillende manoeuvres zoals bochten en obstakels. In de thuissituaties blijkt namelijk vaak, dat het manoeuvreren in een kleine ruimte veel moeilijker is dan het afleggen van rechte stukken. Ook oefent u met het lopen op verschillende ondergronden met de fysiotherapeut. Een regelmatige stompcontrole blijft ook nu  van essentieel belang om eventuele (huid)problemen vroegtijdig op te sporen en aan te kunnen pakken.

De meeste patiënten hebben tijdens het lopen veel concentratie nodig voor hun balans en het juist plaatsen van het prothesebeen. Lopen is normaal gezien geen doel op zichzelf, maar een middel om iets te kunnen doen of om ergens te komen. Daarom worden er in een later stadium oefeningen gedaan om de aandacht te leren verdelen en meerdere taken tegelijkertijd uit te kunnen voeren (zoals het overgooien van ballen, voetballen met de andere voet en dingen dragen of verplaatsen).

Functionele training
Aan het einde van de revalidatieperiode ligt de nadruk op functionele training. Deze training is erop gericht de patiënt zo goed mogelijk voor te bereiden op de thuissituatie en alles wat daarbij hoort. Bijvoorbeeld traplopen, of buiten lopen op oneffen terrein, hellingen en stoepranden. In de filmpjes hieronder ziet u hoe dat gebeurt.

 

2
icon_youtube
icon_twitter
icon_linkedin
icon_googleplus
icon_facebook