Tekstgrootte: Voorkeuren

Transfers

Tijdens de revalidatie zult u de term transfers vaak horen vallen. Het betekent: uzelf verplaatsen van de ene plaats naar de andere. Denk hierbij aan het opstaan uit een stoel en het gaan zitten op een bed. Alle vormen van verandering van houding noemen we transfers. (gaan zitten, gaan staan, gaan lopen etc.)

Met een geamputeerd been is het maken van transfers anders dan voorheen. Tijdens het begin van het revalidatietraject worden de verschillende transfers met u doorgenomen. Het verplaatsen in bed, het opstaan uit bed en uzelf verplaatsen naar een stoel. Hieronder ziet u een filmpje met verschillende transfers.

Voor het maken van de transfers spelen drie belangrijke factoren een rol:

  • uw amputatieniveau,
  • conditie,
  • thuissituatie.

Amputatieniveau
Hoe hoger de amputatie, hoe meer energie het kost om met een prothese een transfer te maken. Dit komt doordat u met een bovenbeenamputatie minder spieren over heeft, dan wanneer u een onderbeenamputatie heeft ondergaan.

Conditie
Hoe is uw algemene conditie? Kost het u veel moeite om u in te spannen? Als u een betere conditie heeft, zal het maken van transfers ook makkelijker gaan. Hier zal tijdens de revalidatie hard aan gewerkt worden. Wanneer u naast de therapie zelfstandig wilt werken aan uw conditie, kunt u dit overleggen met uw fysiotherapeut.

Thuissituatie
Wat heeft u thuis nodig om zelfstandig de transfers te kunnen maken? Tijdens de therapie wordt er zoveel mogelijk gewerkt aan uw zelfredzaamheid in de thuissituatie. Er wordt daarbij gekeken naar wat u nodig heeft én wat voor u belangrijk is.

2
icon_youtube
icon_twitter
icon_linkedin
icon_googleplus
icon_facebook